ECLI:NL:CRVB:2009:BH5176
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling functionele mogelijkheden
Appellant, die sinds 2001 arbeidsongeschikt was verklaard wegens psychische en lichamelijke klachten, kreeg in 2004 bericht dat zijn WAO-uitkering per 30 januari 2005 werd ingetrokken omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. Dit besluit werd door het UWV genomen op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek. Appellant maakte bezwaar, maar het UWV verklaarde dit ongegrond in 2006. De rechtbank bevestigde dit oordeel in 2007, waarbij zij oordeelde dat het UWV de medische beperkingen van appellant niet had onderschat en dat de aan hem toegewezen functies passend waren.
In hoger beroep stelde appellant dat de bezwaarverzekeringsarts ten onrechte een beperking had laten vervallen die in de oorspronkelijke functionele mogelijkhedenlijst was opgenomen, namelijk de noodzaak van intensief toezicht en begeleiding. Het UWV stelde dat deze aanpassing op goede gronden was gedaan, ondersteund door een psychologisch heronderzoek en het feit dat appellant cognitief beter functioneerde en zelfstandig autoriseerde.
De Raad oordeelde dat het UWV voldoende aannemelijk had gemaakt dat de aangepaste functionele mogelijkhedenlijst op een deugdelijke feitelijke grondslag berustte. De beperking op het gebied van intensief toezicht was terecht vervallen. Ook waren de aan appellant toegewezen functies medisch geschikt. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens voldoende onderbouwde functionele mogelijkhedenlijst en passende functies.