ECLI:NL:CRVB:2009:BH4962
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na vijfdejaarsherbeoordeling ondanks late motivering
Appellante was werkzaam als hoofdcassière en viel uit wegens medische en psychische klachten. Na een vijfdejaarsherbeoordeling concludeerde het UWV dat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt was en trok de WAO-uitkering in. De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege late motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep betoogde appellante dat de motivering te laat en onvoldoende was en dat de rechtsgevolgen niet in stand konden blijven.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische grondslag van het besluit onbetwist is en dat de arbeidskundige beoordeling, inclusief rapportages uit 2006 en 2007, voldoende toelichting biedt op de geschiktheid van de functies. De Raad verwees naar eerdere uitspraken waarin werd bepaald dat latere motivering in lopende zaken aanleiding kan geven tot instandhouding van rechtsgevolgen, en dat het UWV sindsdien een systeemaanpassing heeft doorgevoerd.
Daarom faalt het beroep van appellante en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De intrekking van de WAO-uitkering blijft gehandhaafd ondanks de late motivering.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd ondanks de late motivering door het UWV.