ECLI:NL:CRVB:2009:BH4798
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering met medische grondslag en juiste functietoetsing
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het besluit van het UWV bevestigde om zijn WAO-uitkering te herzien van 55-65% naar 45-55% arbeidsongeschiktheid per 3 december 2006.
De rechtbank had geoordeeld dat het medische onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de functionele beperkingen van appellant correct waren vastgesteld, waarbij ook de belasting van de voorgehouden functies passend werd geacht. Appellant voerde aan dat zijn psychische en neurologische klachten onvoldoende waren vertaald in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en dat hij de functies niet volledig kon verrichten.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en concludeerde dat appellant geen nieuwe objectieve medische gegevens had ingebracht die twijfel konden doen rijzen over de juistheid van de vastgestelde beperkingen. Ook achtte de Raad de geselecteerde functies medisch geschikt voor appellant. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak betreft uitsluitend de mate van arbeidsongeschiktheid per 3 december 2006, zonder rekening te houden met eventuele latere verslechteringen.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid per 3 december 2006 wordt bevestigd.