ECLI:NL:CRVB:2009:BH4437

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-3215 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H. Bolt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens arbeidsgeschiktheid na beoordeling medische gegevens

Appellant maakte bezwaar tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering door het UWV, omdat hij van mening was niet in staat te zijn arbeid te verrichten. De rechtbank Leeuwarden oordeelde dat het UWV terecht de uitkering had ingetrokken op basis van een door de verzekeringsarts ingeschakelde zenuwarts en de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).

In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt, maar leverde geen nieuwe medische gegevens aan die zijn arbeidsongeschiktheid konden onderbouwen. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de zenuwarts het eerdere psychiatrisch rapport had opgevraagd en meegenomen in de beoordeling.

De Raad concludeerde dat de rechtbank voldoende gemotiveerd had geoordeeld dat appellant in staat was de geduide functies te verrichten en dat er geen gronden waren om het bestreden besluit te vernietigen. De intrekking van de WAO-uitkering werd daarmee bevestigd.

Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellant zijn arbeidsongeschiktheid niet met medische gegevens heeft onderbouwd.

Uitspraak

07/3215 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 24 april 2007, 06/2089 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 27 februari 2009
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 januari 2009. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door P.J. Langius.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij besluit van 11 april 2006 heeft het Uwv met ingang van 12 juni 2006 de aan appellant ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekende uitkering ingetrokken. Bij besluit van 26 juli 2006, verder: het bestreden besluit, heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 11 april 2006 ongegrond verklaard.
2. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, bepaald dat de rechtsgevolgen geheel in stand blijven en een beslissing gegeven omtrent het griffierecht. De rechtbank heeft vastgesteld dat het Uwv de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) in beroep nader heeft vastgesteld. De rechtbank gaat uit van de juistheid van deze nader vastgestelde FML. Voorts is de rechtbank van oordeel dat appellant op 12 juni 2006 in staat moet worden geacht de geduide functies te verrichten. Het Uwv heeft naar het oordeel van de rechtbank terecht en op goede gronden met ingang van 12 juni 2006 de uitkering ingetrokken.
3. In hoger beroep heeft appellant grotendeels zijn tijdens de procedure in eerste aanleg aangevoerde grieven herhaald. Hij is van mening dat hij nog steeds niet in staat is om arbeid te verrichten. Voorts heeft appellant aangevoerd dat de door de verzekeringsarts ingeschakelde zenuwarts geen rekening heeft gehouden met de informatie van psychiater J.J.W.M. van Wely uit 1999.
4.1. De Raad overweegt als volgt.
4.2. De Raad heeft geen aanleiding gezien om met betrekking tot het bestreden besluit tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank heeft gegeven en hij stelt zich achter de overwegingen die de rechtbank in de aangevallen uitspraak aan dat oordeel ter grondslag heeft gelegd.
4.3. De Raad is van oordeel dat de rechtbank genoegzaam is ingegaan op de gronden van appellant. Daarbij wil de Raad opmerken dat de door de verzekeringsarts van het Uwv ingeschakelde zenuwarts J.M.E. van Zandvoort het rapport van psychiater Van Wely uit april 1999 heeft opgevraagd en bij de beoordeling heeft betrokken.
4.4. Appellant heeft in hoger beroep geen medische gegevens overgelegd die een ander licht werpen op zijn gezondheidstoestand op het tijdstip dat in geding is. Appellant heeft zijn stelling, dat hij niet in staat is om arbeid te verrichten, niet met medische gegevens nader onderbouwd.
5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H. Bolt. De beslissing is, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier, uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2009.
(get.) H. Bolt.
(get.) T.J. van der Torn.
JL