ECLI:NL:CRVB:2009:BH4266
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens juiste medische beoordeling
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering, berekend op 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid, per 12 maart 2005 in te trekken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische beperkingen van appellant juist waren vastgesteld en dat hij geschikt was voor de functies waarop de schatting was gebaseerd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het medisch onderzoek onvolledig en onzorgvuldig was, met name dat zijn fysieke en mentale belastbaarheid onvoldoende waren beoordeeld. Tevens stelde hij dat de functies met computervaardigheden niet passend waren gezien zijn opleidingsniveau.
De Raad oordeelde dat het UWV in hoger beroep een functie had vervangen vanwege structureel nachtwerk, zonder dat dit gevolgen had voor de mate van arbeidsongeschiktheid. De computerwerkzaamheden in de functies waren eenvoudig en zonder opleidingseisen, waardoor appellant's mogelijkheden niet werden overschreden.
De verzekeringsartsen hadden appellant lichamelijk en psychisch onderzocht, inclusief dossierstudie en informatie van de behandelend cardioloog, en concludeerden dat zijn cardiale situatie stabiel was en beperkingen juist waren vastgesteld. Er waren geen nieuwe medische gegevens die tot een ander oordeel leidden.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, verklaarde het beroep gegrond, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.