ECLI:NL:CRVB:2009:BH4241
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks knieklachten en suikerziekte
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te herzien van 80-100% naar 25-35% arbeidsongeschiktheid per 10 februari 2006. Hij stelde dat zijn knieklachten en suikerziekte hem meer beperkten dan het UWV had vastgesteld en verzocht om een onafhankelijke medisch deskundige.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat het UWV een zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek had verricht en de arbeidskundige selectie van geschikte functies adequaat was gemotiveerd. De Raad overwoog dat de medische en arbeidskundige rapporten voldoende waren en dat appellant zijn stellingen niet met concrete medische stukken had onderbouwd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit, en zag geen aanleiding een onafhankelijke medisch deskundige in te schakelen. De Raad oordeelde dat appellant in staat werd geacht de geselecteerde functies te verrichten en dat het UWV geen onjuist beeld had van zijn gezondheidstoestand op de datum in geding.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.