ECLI:NL:CRVB:2009:BH4225

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-5678 WAJONG
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • M.C.M. van Laar
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 8:75 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening in WAJONG-uitspraak door Centrale Raad van Beroep

Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een uitspraak van 18 september 2007 betreffende haar WAJONG-uitkering. Zij stelde dat er sprake was van evidente onjuistheid, foutieve uitleg van jurisprudentie en nieuwe feiten en omstandigheden die haar aanspraken niet naar behoren erkend zouden hebben.

De Raad heeft het verzoekschrift en het aanvullend verzoekschrift bestudeerd en overwogen dat een hernieuwde discussie over de zaak en de juistheid van de bestreden uitspraak alleen mogelijk is indien er nieuwe feiten of omstandigheden zijn zoals bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De Raad constateerde dat het aanvullend verzoekschrift geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatte.

Daarom werd het verzoek om herziening afgewezen. Tevens achtte de Raad geen gronden aanwezig voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb. De uitspraak werd gedaan door M.C.M. van Laar en uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2009.

Uitkomst: Het verzoek om herziening van de WAJONG-uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

07/5678 WAJONG
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van:
[Verzoekster], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoekster),
van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 18 september 2007 (07/1576 WAJONG),
in het geding in hoger beroep tussen:
verzoekster
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 26 februari 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens verzoekster heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 18 september 2007 (07/1576 WAJONG).
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Desgevraagd heeft het Uwv nadere stukken in het geding gebracht.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 januari 2009, waar partijen niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
1. Verzoekster heeft verzocht om “herziening op grond van evidente onjuistheid, foutieve uitleg van de eigen jurisprudentie en op grond van nieuwe feiten en omstandigheden”. Verzoekster is van mening dat haar aanspraken bij de bestreden uitspraak niet naar behoren zijn erkend. De gronden van het verzoek zijn uiteengezet in het aanvullend verzoekschrift van 7 december 2007.
2.1. De Raad overweegt dat de door de gemachtigde van verzoekster gewenste hernieuwde discussie over de betrokken zaak en de juistheid van de bestreden uitspraak niet kan worden gevoerd, tenzij sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.2. De Raad acht in het aanvullend verzoekschrift niet enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb gelegen. Daarom dient het verzoek om herziening te worden afgewezen.
3. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door M.C.M. van Laar. De beslissing is, in tegenwoordigheid van E.M. de Bree als griffier, uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2009.
(get.) M.C.M. van Laar.
(get.) E.M. de Bree.
TM