ECLI:NL:CRVB:2009:BH4030
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Wajong-uitkering wegens juiste vaststelling belastbaarheid
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar Wajong-uitkering door het UWV, waarbij haar arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op minder dan 25%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld en appellante geschikt was voor bepaalde functies. In hoger beroep betoogde appellante dat haar beperkingen, met name in hand- en vingergebruik, onvoldoende waren meegewogen.
De Raad heeft het dossier grondig bestudeerd, inclusief rapportages van verzekeringsartsen, arbeidsdeskundigen en medisch specialisten. Er werden geen nieuwe medische feiten gevonden die tot een ander oordeel zouden moeten leiden. De vastgestelde Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en de beoordeling van de geschiktheid voor functies werden als juist en zorgvuldig beoordeeld.
De Raad concludeert dat de subjectieve klachten van appellante geen reden geven om de vastgestelde belastbaarheid te herzien en dat de functies waarvoor zij geschikt werd geacht geen onjuiste functiebelasting vertonen op het gebied van hand- en vingergebruik. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en de intrekking van de uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De intrekking van de Wajong-uitkering wordt bevestigd omdat de belastbaarheid van appellante juist is vastgesteld.