ECLI:NL:CRVB:2009:BH3883
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet tijdige betaling griffierecht in hoger beroep sociale zekerheidszaak
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam in een sociale zekerheidszaak. De Raad van Beroep heeft het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn van vier weken was betaald.
Na deze beslissing heeft appellante verzet ingesteld tegen de niet-ontvankelijkverklaring. Tijdens de zitting op 5 februari 2009 verscheen appellante met haar echtgenoot, terwijl de Sociale verzekeringsbank niet was verschenen.
De Raad overweegt dat appellante pas na het verstrijken van de termijn telefonisch contact opnam met de griffie en het griffierecht pas op 16 juni 2008 betaalde, ruim na de gestelde termijn. Hierdoor was het niet mogelijk om te oordelen dat appellante niet in verzuim was. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard. Verdere inhoudelijke argumenten van appellante worden niet behandeld. De Raad ziet geen aanleiding om appellante te veroordelen in de kosten van het verzet.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat het griffierecht niet tijdig is betaald.