ECLI:NL:CRVB:2009:BH3883

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-1613 WFV-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet tijdige betaling griffierecht in hoger beroep sociale zekerheidszaak

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam in een sociale zekerheidszaak. De Raad van Beroep heeft het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn van vier weken was betaald.

Na deze beslissing heeft appellante verzet ingesteld tegen de niet-ontvankelijkverklaring. Tijdens de zitting op 5 februari 2009 verscheen appellante met haar echtgenoot, terwijl de Sociale verzekeringsbank niet was verschenen.

De Raad overweegt dat appellante pas na het verstrijken van de termijn telefonisch contact opnam met de griffie en het griffierecht pas op 16 juni 2008 betaalde, ruim na de gestelde termijn. Hierdoor was het niet mogelijk om te oordelen dat appellante niet in verzuim was. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard. Verdere inhoudelijke argumenten van appellante worden niet behandeld. De Raad ziet geen aanleiding om appellante te veroordelen in de kosten van het verzet.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat het griffierecht niet tijdig is betaald.

Uitspraak

08/1613 WFV-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (Frankrijk) (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 januari 2008, 03/1521 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb)
Datum uitspraak: 12 februari 2009
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 28 augustus 2008 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 28 augustus 2008 heeft appellante verzet gedaan.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 februari 2009. Appellante is verschenen, met haar echtgenoot [naam echtgenoot]. De Svb is, met voorafgaand bericht, niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 28 augustus 2008 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij brief van 21 april 2008 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
De Raad stelt vast, en de echtgenoot van appellante heeft dit ter zitting bevestigd, dat namens appellante (niet eerder dan) op 29 mei 2008 telefonisch contact is opgenomen met de griffie van de Raad en dat bij die gelegenheid onder andere is aangegeven dat het griffierecht op korte termijn zal worden betaald. De betaling heeft plaatsgevonden op 16 juni 2008.
Nu appellante zich eerst na het verstrijken van de gestelde termijn tot de griffie van de Raad heeft gewend en het griffierecht niet binnen die termijn is betaald, is het hoger beroep bij de uitspraak van de Raad van 28 augustus 2008 terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Dit betekent dat het verzet ongegrond dient te worden verklaard.
Hetgeen door en namens appellante voor het overige is aangevoerd kan gelet op het voorgaande buiten bespreking blijven.
Voor een veroordeling in de kosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons. De beslissing is, in tegenwoordigheid van B.C. Rog als griffier, uitgesproken in het openbaar op 12 februari 2009.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) B.C. Rog.
RB