ECLI:NL:CRVB:2009:BH3814

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-1681 WFV-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens te late betaling griffierecht ongegrond verklaard

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald.

Appellant deed vervolgens verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Tijdens de zitting verscheen appellant met zijn echtgenote, terwijl de Sociale verzekeringsbank niet aanwezig was.

De Raad overwoog dat appellant pas na het verstrijken van de betalingstermijn contact opnam met de griffie en het griffierecht pas later betaalde. Hierdoor was het hoger beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen aanleiding gezien om appellant te veroordelen in de kosten van het verzet.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat het hoger beroep terecht niet-ontvankelijk is verklaard wegens te late betaling van het griffierecht.

Uitspraak

08/1681 WFV-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (Frankrijk) (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 januari 2008, 03/1514 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb)
Datum uitspraak: 12 februari 2009
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 11 augustus 2008 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 11 augustus 2008 heeft appellant verzet gedaan.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 februari 2009. Appellant is verschenen, met zijn echtgenote [naam echtgenote]. De Svb is, met voorafgaand bericht, niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 11 augustus 2008 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij brief van 21 april 2008 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
De Raad stelt vast, en appellant heeft dit ter zitting bevestigd, dat appellant (niet eerder dan) op 29 mei 2008 telefonisch contact heeft opgenomen met de griffie van de Raad en bij die gelegenheid onder andere heeft aangegeven dat het griffierecht op korte termijn zal worden betaald. De betaling heeft plaatsgevonden op 16 juni 2008.
Nu appellant zich eerst na het verstrijken van de gestelde termijn tot de griffie van de Raad heeft gewend en het griffierecht niet binnen die termijn is betaald, is het hoger beroep bij de uitspraak van de Raad van 11 augustus 2008 terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Dit betekent dat het verzet ongegrond dient te worden verklaard.
Hetgeen door en namens appellant voor het overige is aangevoerd kan gelet op het voorgaande buiten bespreking blijven.
Voor een veroordeling in de kosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons. De beslissing is, in tegenwoordigheid van B.C. Rog als griffier, uitgesproken in het openbaar op 12 februari 2009.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) B.C. Rog.
RB