ECLI:NL:CRVB:2009:BH3697
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- T. Hoogenboom
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting beperkingen appellant
Appellant, werkzaam als grafisch medewerker/modellenmaker, viel in 1999 uit wegens rugklachten en post-whiplashklachten, later aangevuld met diabetes en hoge bloeddruk. Na toekenning van een WAO-uitkering werd deze in 2006 herzien op basis van een functionele mogelijkhedenlijst (FML) en arbeidsdeskundig onderzoek, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid werd verlaagd van 80-100% naar 15-25%.
Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening, onderbouwd met medische rapporten waaronder van neuropsycholoog Kraaijenbrink en zenuwarts Busard, die een hogere mate van beperkingen en een mogelijke urenbeperking aanvoerden. Het UWV stelde echter dat de beperkingen adequaat waren verwerkt in de FML en dat de geselecteerde functies binnen de belastbaarheid van appellant vielen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij de medische grondslag van het besluit voldoende achtte. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De Raad stelde vast dat de FML de beperkingen, inclusief tempo- en motoriekproblemen, voldoende weerspiegelt en dat het rapport van Busard onvoldoende objectieve gegevens bevat om meer beperkingen of een urenbeperking aan te nemen.
De Raad concludeerde dat de geselecteerde functies de belastbaarheid van appellant niet overschrijden en dat de bezwaararbeidskundige een adequate toelichting heeft gegeven op eventuele overschrijdingen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep af.