ECLI:NL:CRVB:2009:BH2920
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering tweevoudige kinderbijslag wegens uitwonendheid kinderen in Marokko
Appellant heeft tweevoudige kinderbijslag aangevraagd voor zijn kinderen die sinds 2001 in Marokko wonen. De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft de aanvraag afgewezen omdat de kinderen niet uitwonend zouden zijn vanwege het volgen van onderwijs, maar om andere redenen zoals problemen thuis.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat er geen causaal verband was tussen het uitwonend zijn en onderwijs. Appellant stelde in hoger beroep dat de situatie was gewijzigd en dat de kinderen sinds eind 2003 primair vanwege onderwijs in Marokko verbleven. De Raad oordeelde echter dat er geen objectiveerbare aanwijzingen waren voor een wijziging van de redenen voor uitwonendheid van de oudere kinderen.
Wel oordeelde de Raad dat de Svb ten onrechte niet had beslist op het bezwaar voor de jongste dochter, die op haar vierde verjaardag naar Marokko verhuisde en waarvoor tweevoudige kinderbijslag was aangevraagd vanaf het schooljaar 2004/2005. De Raad vernietigde het besluit voor deze dochter en bepaalde dat de Svb een nieuw besluit moet nemen.
De Raad veroordeelde de Svb tevens in de proceskosten van appellant en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. De uitspraak bevestigt daarmee de hoofdregel dat andere redenen dan onderwijs voor uitwonendheid bepalend blijven, tenzij objectiveerbare aanwijzingen anders aantonen.
Uitkomst: Besluit tot weigering tweevoudige kinderbijslag voor jongste dochter vernietigd, overige weigeringen bevestigd.