ECLI:NL:CRVB:2009:BH2738
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergoeding bevallingskosten wegens niet-rechtmatig verblijf en inschrijving Zfw
Appellante, met de Egyptische nationaliteit, was op 17 november 2005 bevallen terwijl zij op dat moment niet rechtmatig in Nederland verbleef. Zij was op 1 november 2005 Nederland binnengekomen met een machtiging tot voorlopig verblijf en had pas op 22 november 2005 een verblijfsvergunning gekregen en was toen ingeschreven als medeverzekerde in de Ziekenfondswet (Zfw).
De zorgverzekeraar Azivo had de vergoeding van de bevallingskosten geweigerd omdat appellante niet als medeverzekerde kon worden ingeschreven vóór 22 november 2005. Volgens artikel 5, zesde lid, van de Zfw moet de medeverzekerde op hetzelfde adres in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) staan ingeschreven als de hoofdverzekerde, wat niet het geval was op de datum van de bevalling.
De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf in Nederland in de relevante periode, zoals bepaald in artikel 4, achttiende lid, van de Zfw en artikel 8 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en wijst de kritiek op de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) af omdat die buiten de reikwijdte van deze procedure valt.
De Raad ziet geen aanleiding om appellante in de proceskosten te veroordelen en bevestigt daarmee de eerdere beslissing van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van vergoeding van bevallingskosten wegens niet-rechtmatig verblijf en onjuiste inschrijving in de GBA.