ECLI:NL:CRVB:2009:BH2294
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.H.M. Roelofs
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering bijstand wegens onzorgvuldig handelen College
Appellante was parttime werkzaam bij de Technische Universiteit Delft en ontving daarnaast een aanvullende bijstandsuitkering. Het College van burgemeester en wethouders van Delft vorderde meerdere keren bedragen terug wegens nabetalingen en loonheffingskortingen, waarbij uiteindelijk een herberekening leidde tot een terugvordering van € 11.201,90. Na bezwaar werd dit bedrag verlaagd tot € 4.463,43.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar in hoger beroep stelde appellante dat zij steeds aan haar informatieplicht had voldaan en dat het College onzorgvuldig had gehandeld door onjuiste besluiten te nemen en te lang te wachten met de herberekening. De Raad oordeelde dat het College bevoegd was tot herziening en terugvordering, maar dat het beleid van het College om in alle gevallen terug te vorderen tenzij dringende redenen aanwezig zijn, niet onredelijk was.
De Raad stelde echter vast dat het College niet adequaat had gereageerd op de tijdig verstrekte informatie en te lang had gewacht met de herberekening, waardoor appellante onterecht geconfronteerd werd met een hoog terugvorderingsbedrag. Daarom moest het besluit van 3 mei 2006 worden vernietigd en moest het College een nieuw besluit nemen. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van bijstand wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.