ECLI:NL:CRVB:2009:BH2292
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAZ-uitkering wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen de intrekking van zijn WAZ-uitkering door het UWV, die was gebaseerd op een vermindering van zijn arbeidsongeschiktheid tot minder dan 25%. De rechtbank benoemde een cardioloog als deskundige, die een medisch verslag uitbracht dat leidde tot aanpassing van de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML), maar de mate van arbeidsongeschiktheid bleef onder de 25%.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit vanwege procedurele aanpassingen in de FML tijdens de beroepsfase, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, waaronder tegen het bijduiden van functies en de inschatting van beperkingen.
De Raad volgde de rechtbank in het oordeel dat de medische en arbeidskundige grondslag voldoende was en dat er geen aanleiding was om te twijfelen aan het medisch oordeel van de deskundigen. Ook de overige bezwaren werden puntsgewijs weerlegd. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De intrekking van de WAZ-uitkering wegens minder dan 25% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.