ECLI:NL:CRVB:2009:BH2064
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag kinderbijslag wegens onvoldoende binding met Nederland op peildatum
Appellante, een voormalig docente met de Nederlandse nationaliteit, woonde en werkte tussen 2001 en 2006 in Portugal, waar zij een restaurant en toeristische accommodaties exploiteerde. Begin 2006 keerde zij terug naar Nederland vanwege persoonlijke en zakelijke omstandigheden, maar haar minderjarige dochter bleef in Portugal om haar middelbare school af te ronden.
De aanvraag om kinderbijslag per het tweede kwartaal van 2006 werd door de Sociale verzekeringsbank (Svb) afgewezen, een beslissing die door de rechtbank Assen werd bevestigd. De rechtbank oordeelde dat op de peildatum 1 april 2006 de sociale en economische bindingen van appellante met Nederland nog onvoldoende waren om haar als ingezetene te beschouwen, mede omdat zij nog geen drie maanden in Nederland verbleef en haar dochter nog in Portugal woonde.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft deze beoordeling. Ondanks haar Nederlandse nationaliteit en mede-eigendom van een woning in Nederland, waren haar economische en sociale bindingen op de peildatum nog vooral in Portugal. Zij was afhankelijk van inkomsten uit Portugal en een Portugese ziekengelduitkering, en had zich nog niet definitief in Nederland gevestigd. De Raad ziet geen motiveringsgebrek in de eerdere uitspraak en bevestigt de afwijzing van de kinderbijslagaanvraag.
Uitkomst: De aanvraag om kinderbijslag wordt afgewezen omdat appellante op 1 april 2006 nog niet als ingezetene van Nederland kan worden beschouwd.