ECLI:NL:CRVB:2009:BH1815
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellant ging in hoger beroep tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering door het UWV, waarbij hij stelde dat zijn medische situatie niet was verbeterd en dat het UWV onterecht geen aanvullende medische informatie had opgevraagd. Tevens betwistte hij het vervallen van de urenbeperking en verzocht hij om benoeming van een deskundige psychiatrie.
De Raad oordeelde dat het UWV beschikte over voldoende medische gegevens, waaronder eigen onderzoek en een verklaring van de behandelend psychiater, die geen aanleiding gaven tot het aannemen van meer beperkingen dan vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De motivering van het vervallen van de urenbeperking werd als voldoende beoordeeld aan de hand van rapportages van verzekeringsartsen.
Het verzoek tot benoeming van een deskundige werd afgewezen en het hoger beroep werd ongegrond verklaard. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, waarmee de intrekking van de WAO-uitkering per 13 juli 2006 rechtsgeldig bleef.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat voldoende medische gegevens aanwezig zijn en de urenbeperking terecht is vervallen.