ECLI:NL:CRVB:2009:BH1586
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante was sinds 2001 arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WAO-uitkering van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2005 en 2006 concludeerde het Uwv dat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt was en trok de uitkering per 21 april 2006 in.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante tegen dit besluit ongegrond, waarbij zij de medische en arbeidskundige onderzoeken van het Uwv als zorgvuldig en juist beoordeelde. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het dossieronderzoek onvoldoende was, de medische geschiktheid voor functies onvoldoende gemotiveerd en dat het vertrouwensbeginsel was geschonden.
De Raad oordeelde dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld en dat de arbeidskundige rapportages voldoende onderbouwing boden voor de geschiktheid voor arbeid. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen ondubbelzinnige toezegging was gedaan door het Uwv. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en intrekking WAO-uitkering bevestigd.