ECLI:NL:CRVB:2009:BH1579
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- I.R.A. van Raaij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante, laatstelijk werkzaam als inpakster, kreeg vanaf 1997 een WAO-uitkering vanwege psychische klachten. In 2005 vond een herbeoordeling plaats met medisch en arbeidskundig onderzoek, waarna het Uwv in 2006 de WAO-uitkering herzag en verlaagde. Appellante maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing, maar liet de rechtsgevolgen intact.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar psychische beperkingen groter zijn dan door het Uwv aangenomen, met name dat zij niet meer dan 20 uren per week kan werken. De Raad toetste de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek en de juistheid van de vastgestelde beperkingen en vond geen aanleiding tot twijfel. Ook de door appellante overgelegde aanvullende rapportages en brieven gaven geen aanleiding tot een ander oordeel.
De Raad bevestigde dat de functies waarop de schatting is gebaseerd binnen de mogelijkheden van appellante liggen en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd voor zover aangevochten, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtbankuitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond.