ECLI:NL:CRVB:2009:BH1230
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- J. Riphagen
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering in te trekken per 20 september 2006, omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige grondslagen van het besluit.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat het bezwaar niet zorgvuldig was heroverwogen, omdat de bezwaarverzekeringsarts haar niet persoonlijk had onderzocht, en dat haar trillende handen een beperking vormen die niet is meegenomen. Tevens stelde zij dat de in het verleden aangenomen duurbeperking ten onrechte niet werd gehandhaafd.
De Raad overweegt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd, ook zonder persoonlijk onderzoek door de bezwaarverzekeringsarts, die alle beschikbare medische gegevens heeft betrokken. Er is geen medische onderbouwing voor een beperking in uren of handgebruik op de datum van intrekking. De aan appellante toegewezen functies zijn medisch geschikt. Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.