ECLI:NL:CRVB:2009:BH1032
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gedeeltelijke WAO-uitkering na arbeidskundige beoordeling
Appellante verzocht om een WAO-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid. Het Uwv weigerde aanvankelijk een uitkering toe te kennen omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. Na bezwaar en heronderzoek werd een uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35% per 18 mei 2004.
De rechtbank vernietigde het besluit van het Uwv, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. De medische beoordeling was formeel vastgesteld en niet meer aan de orde, maar de arbeidskundige beoordeling werd nader onderzocht. De arbeidsdeskundige rapportages motiveerden voldoende dat appellante geschikt was voor bepaalde functies, rekening houdend met haar medische beperkingen en taalvaardigheid.
In hoger beroep bevestigde de Raad dat appellante voldoet aan de opleidings- en taalvereisten voor de functies die aan de beoordeling ten grondslag liggen. Het Uwv had voldoende gemotiveerd waarom de belasting van deze functies de belastbaarheid van appellante niet overschrijdt. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de gedeeltelijke WAO-uitkering van 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid per 18 mei 2004.