ECLI:NL:CRVB:2009:BH0951
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig electromonteur, kreeg een WAO-uitkering die in 2005 werd ingetrokken na een herbeoordeling van zijn arbeidsongeschiktheid. Hij voerde aan dat zijn beperkingen ernstiger waren dan vastgesteld, onderbouwd met medische rapporten van neurologen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het onderzoek zorgvuldig was en de arbeidskundige grondslag juist. In hoger beroep stelde appellant opnieuw dat hij zwaardere beperkingen had, onder meer vanwege nek- en schouderklachten die autorijden onmogelijk maakten.
De Raad heropende het onderzoek, waarbij het UWV nadere medische en arbeidskundige rapporten overlegde. De Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige onderbouwing adequaat was, met uitzondering van een klein aspect in een functie, maar dat dit niet leidde tot een andere uitkomst. Omdat het UWV pas in hoger beroep een afdoende arbeidskundige onderbouwing gaf, vernietigde de Raad het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, liet de rechtsgevolgen in stand en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.