ECLI:NL:CRVB:2009:BH0933
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV tot intrekking van zijn WAO-uitkering, omdat zijn verlies aan verdiencapaciteit minder dan 15% bedraagt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen aanwijzingen waren voor zwaardere beperkingen dan opgenomen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar de Raad volgde de rechtbank en stelde vast dat het onderzoek door de verzekeringsartsen zorgvuldig was verricht. Ook de aanvullende rapportages, waaronder die van psychiater Kleinsman, werden betrokken en gaven geen aanleiding tot het vaststellen van zwaardere beperkingen.
De door appellant overgelegde medische stukken betroffen een periode na de datum in geschil en konden daarom niet leiden tot een andere beoordeling. De Raad concludeerde dat de voorgehouden functies medisch geschikt zijn en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en er geen zwaardere beperkingen zijn vastgesteld.