ECLI:NL:CRVB:2009:BH0569
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling beperkingen betrokkene
De zaak betreft een herziening van de WAO-uitkering van betrokkene, waarbij het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid heeft vastgesteld op 45 tot 55% per 14 april 2006, na eerdere vaststelling van 80 tot 100%. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze herziening en stelde dat haar beperkingen groter zijn dan vastgesteld, mede door factoren als dyslexie, schildklierproblemen en een behandeling die twee maanden na de datum van herziening begon.
De rechtbank oordeelde dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met de aanstaande behandeling en vernietigde het besluit. In hoger beroep stelt het UWV dat de behandeling pas na de datum van herziening is gestart en dat de beperkingen juist zijn vastgesteld op basis van zorgvuldig medisch onderzoek.
De Raad oordeelt dat het UWV terecht de beperkingen heeft vastgesteld zonder rekening te houden met de behandeling die pas later begon. Het medisch onderzoek is zorgvuldig uitgevoerd en de beperkingen zijn juist vastgesteld. Wel is vastgesteld dat het UWV pas in hoger beroep een toereikende motivering gaf voor de geschiktheid van de geduide functies, waardoor het besluit wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, Awb vernietigd moet worden.
De Raad vernietigt het bestreden besluit, verklaart het beroep gegrond, maar laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.