ECLI:NL:CRVB:2009:BH0567
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt gedeeltelijk uitspraak rechtbank inzake intrekking WAO-uitkering
Betrokkene, die sinds 1999 arbeidsongeschikt is na een schedelbasisfractuur, kreeg vanaf 2000 een WAO-uitkering toegekend. Na een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek in 2005 stelde het UWV beperkingen vast en trok zij de WAO-uitkering in per 17 januari 2006. Betrokkene maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond wegens gebrekkige motivering van het UWV en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
In hoger beroep stelde het UWV dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand konden blijven, omdat de medische beperkingen en arbeidskundige toelichting toereikend waren. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische beoordeling niet meer aan de orde was in hoger beroep en dat de rechtbank ten onrechte het UWV opdroeg een nieuw besluit te nemen. De Raad vernietigde dit deel van de uitspraak en bepaalde dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit geheel in stand blijven.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot betaling van de proceskosten van betrokkene in hoger beroep. De uitspraak bevestigt dat de omvang van het hoger beroep beperkt is tot de aangevoerde beroepsgronden en dat incidenteel appel niet mogelijk is volgens de Awb.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het bevel tot nieuw besluit en laat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand.