ECLI:NL:CRVB:2009:BH0334
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering onrechtmatig wegens ontoereikende arbeidskundige grondslag en wolallergie
Appellante betwistte de intrekking van haar WAO-uitkering per 24 mei 2006, waarbij het UWV haar arbeidsongeschiktheid op minder dan 15% had vastgesteld. De rechtbank had het besluit deels vernietigd vanwege onvoldoende motivering omtrent de beperkingen in hand- en vingervaardigheid, maar verwierp het beroep op een wolallergie wegens gebrek aan bewijs.
In hoger beroep heeft appellante met een verklaring van een dermatoloog aannemelijk gemaakt dat zij waarschijnlijk een wolallergie heeft, wat niet was meegenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De Raad stelde vast dat de arbeidskundige schatting mede gebaseerd was op een functie als productiemedewerker textiel, waarbij huidcontact met wol een bijzondere belasting vormt.
De Raad concludeerde dat er twijfel bestaat over de geschiktheid van deze functie voor appellante en dat de arbeidskundige grondslag ontoereikend is. Hierdoor kon het besluit tot intrekking van de uitkering geen stand houden. Tevens werd het UWV veroordeeld tot schadevergoeding wegens vertraagde uitbetaling van de uitkering en tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en appellante behoudt haar uitkering met een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100%.