ECLI:NL:CRVB:2009:BH0289
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering op basis van feitelijke inkomsten en loonwaarde
Appellant ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond waarin de herziening van zijn WAO-uitkering werd bevestigd. Het Uwv had het besluit gehandhaafd om de mate van arbeidsongeschiktheid te verlagen van 55-65% naar 45-55% per 1 februari 2006.
De rechtbank had geoordeeld dat de medische advisering en de arbeidskundige schatting zorgvuldig en juist waren. De theoretische schatting met mediane loonwaarde resulteerde in 60,51% arbeidsongeschiktheid, terwijl de feitelijke inkomsten uit arbeid een lagere arbeidsongeschiktheid van 51,1% rechtvaardigden. De rechtbank vond dat appellant in staat was om aangepast werk als heftruckchauffeur te verrichten.
De Raad onderschreef dit oordeel en bevestigde dat in het loon van appellant geen sociaal loon was begrepen en dat de ploegentoeslag correct was vastgesteld. De Raad overwoog dat het feit dat appellant vanuit de WW verplicht was ander werk te zoeken, niet afdoet aan de feitelijke situatie en de juiste waardering van zijn arbeidsongeschiktheid.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de aangevallen uitspraak en zag geen aanleiding tot toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar een arbeidsongeschiktheidsklasse van 45 tot 55%.