ECLI:NL:CRVB:2009:BH0147
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad, die het bezwaar tegen het besluit van het UWV om een WIA-uitkering te weigeren, deels gegrond verklaarde maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand liet. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de medische beperkbaarheid van appellante niet leidde tot twijfel aan de vaststelling van haar belastbaarheid.
De arbeidskundige onderbouwing van het besluit werd aanvankelijk door de rechtbank verworpen omdat het UWV tijdens de beroepsprocedure enkele functies had vervangen door een reservefunctie. De rechtbank vond echter dat het UWV in de beroepsfase voldoende had gemotiveerd dat de functies passend waren, waardoor de rechtsgevolgen van het besluit in stand konden blijven.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij medisch gezien aanzienlijk meer beperkt was dan aangenomen, maar zij leverde geen nieuwe medische gegevens ter onderbouwing. De Raad volgde de rechtbank in haar oordeel dat de medische beperkingen niet zodanig waren dat de functies niet vervuld konden worden.
De Raad verwierp ook het oordeel van de rechtbank over de arbeidskundige onderbouwing niet, omdat de vervanging van functies binnen dezelfde SBC-code plaatsvond en de reservefunctie reeds in de primaire fase was genoemd. Het hoger beroep faalt en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.