ECLI:NL:CRVB:2009:BG9901
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Riphagen
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling eerste arbeidsongeschiktheidsdag en weigering WAZ-uitkering
Appellant, werkzaam als zelfstandige in de ICT-branche, vroeg op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) een uitkering aan vanwege klachten door een tumor in de alvleesklier. Het Uwv stelde de eerste dag van arbeidsongeschiktheid vast op 15 april 2004 en wees de uitkering af omdat appellant minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht.
De rechtbank vernietigde het besluit van het Uwv en gaf het Uwv opdracht opnieuw te beslissen, omdat enkele beperkingen niet correct waren verwerkt in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). In hoger beroep betwist appellant de vaststelling van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag, maar de Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank.
Het Uwv heeft een nieuw besluit genomen dat het bezwaar opnieuw ongegrond verklaart, waarbij de Raad constateert dat dit besluit niet tegemoet komt aan het beroep van appellant. Na nadere motivering en aanvullingen door bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige acht de Raad het besluit 2 juist gemotiveerd en kan de weigering van de WAZ-uitkering in stand blijven.
De Raad veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de juiste vaststelling van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag en wijst het hoger beroep af tegen de weigering van de WAZ-uitkering.