ECLI:NL:CRVB:2009:BG9683
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht
Appellant had bijstand ontvangen die het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) en later de Wet werk en bijstand (WWB) met terugwerkende kracht introk en terugvorderde wegens het niet tijdig verstrekken van informatie over vermogen en inkomsten.
De rechtbank had eerder het beroep van appellant gedeeltelijk gegrond verklaard, waarbij het College werd opgedragen een nieuw besluit te nemen op basis van de WWB. Het College herzag het besluit en handhaafde de intrekking en terugvordering op grond van de WWB en de gemeentelijke beleidsregels.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit nieuwe besluit ongegrond. Appellant stelde dat de rechtbank ten onrechte zijn inhoudelijke grieven niet had beoordeeld, maar de Raad oordeelde dat deze gronden reeds onherroepelijk waren verworpen en niet opnieuw ter beoordeling konden worden voorgelegd.
De Raad bevestigde dat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden en dat het College bevoegd was tot intrekking en terugvordering van de bijstand. Ook was het College redelijk in de belangenafweging en had het gehandeld conform beleid zonder bijzondere omstandigheden die afwijking rechtvaardigden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht.