Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2008:BG9612

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
30 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/606 WUBO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 BeroepswetArt. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 56 Wubo
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond wegens onterecht niet-ontvankelijk verklaring beroep Wubo

Appellante diende een bezwaar in tegen de afwijzing van haar aanvraag op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). De Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR) verklaarde het bezwaar ongegrond. Appellante zond vervolgens een brief die door de PUR werd doorgestuurd naar de Raad als mogelijk beroepschrift. De Raad verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingediend.

Appellante stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring, stellende dat haar brief van 22 december 2007 niet bedoeld was als beroepschrift maar als persoonlijk schrijven aan een medewerkster van de PUR. De Raad overwoog dat de brief bij ontvangst niet zonder meer als beroepschrift kon worden aangemerkt en dat appellante geen beroep had ingesteld. De brieven van de Raad van 14 februari 2008 hadden onbedoeld een procedure in gang gezet.

De Centrale Raad van Beroep verklaarde het verzet gegrond en oordeelde dat het griffierecht ten onrechte was geheven en terugbetaald moet worden. De uitspraak corrigeert daarmee de eerdere onjuiste aanname dat appellante beroep had ingesteld.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard omdat appellante geen beroep heeft ingesteld en het griffierecht wordt terugbetaald.

Uitspraak

08/606 WUBO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 17 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrechtspraak in het geding tussen:
[Naam appellante], wonende te [woonplaats], appellante,
en
de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: PUR)
Datum uitspraak: 30 december 2008
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van Pro de Beroepswet van 26 juni 2008 (hierna ook: aangevallen uitspraak) heeft de Raad een op naam van appellante geregistreerd beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante heeft tegen die uitspraak verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 4 december 2008. Appellante en de PUR zijn daar, zoals door hen bericht, niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
1. Op grond van de gedingstukken gaat de Raad uit van de volgende feiten en omstandigheden.
1.1. Bij beslissing van 23 oktober 2007 heeft de PUR een bezwaar van appellante tegen de beslissing tot afwijzing van een aanvraag van haar op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (hierna: Wubo) ongegrond verklaard.
1.2. In een bij de PUR op 28 december 2007 ontvangen brief van appellante van 22 december 2007 heeft appellante de PUR een reactie gevraagd op passages in een haar kennelijk bij brief van 8 oktober 2007 toegezonden rapport dat was opgemaakt in verband met haar aanvraag.
De PUR heeft die brief aan de Raad doorgezonden omdat die mogelijk aangemerkt zou kunnen worden als een beroepschrift als bedoeld in artikel 56 van Pro de Wubo.
1.3. De Raad heeft die brief als een ingekomen beroepschrift behandeld. Vervolgens is bij brieven van 14 februari 2008 griffierecht geheven van appellante en is haar gevraagd mee te delen om welke reden zij de beroepstermijn had overschreden. Appellante heeft het griffierecht betaald en informatie gegeven over de gang van zaken. Daaruit blijkt dat appellante niet de bedoeling had beroep in stellen bij de Raad, maar dat ze inmiddels besloten had ‘het beroep doorgang te laten vinden’. Ze concludeerde dat een en ander buiten haar schuld was.
1.4. In haar verzetschrift tegen de aangevallen uitspraak heeft appellante erop gewezen dat de onder 1.2 bedoelde brief van haar van 22 december 2007 een persoonlijk schrijven was aan een medewerkster van de PUR en “in geen enkel opzicht bedoeld was als aanvang van een verdere beroepsprocedure”. Zij veronderstelt dat de PUR buiten haar om beroep heeft ingesteld en eindigt haar verzetschrift met de zin: “Mocht het bovenstaande voor U geen aanleiding zijn het beroep alsnog in behandeling te nemen, verzoek ik U het gestorte “griffie”geld (€ 35,-) terug te storten omdat deze procedure niet door mij aangevraagd is.”
2. De Raad overweegt naar aanleiding hiervan het volgende.
2.1. Hij volgt appellante in haar opvatting dat haar brief van 22 december 2007 bij ontvangst niet (zonder meer) als een beroepschrift was aan te merken. In plaats van appellante te vragen naar de strekking van die brief en daarbij reeds melding te maken van de vermoedelijke gevolgen van het late tijdstip van verzending daarvan, zijn haar de onder 1.3 bedoelde brieven van 14 februari 2008 verzonden. Die hebben een, naar door appellante opnieuw is verklaard, niet bedoelde procedure in gang gezet. In weerwil van de onder 1.3 geciteerde uitlating van appellante moet dan ook worden vastgesteld dat appellante geen beroep heeft ingesteld bij de Raad.
Omdat de aangevallen uitspraak ten onrechte tot uitgangspunt heeft dat appellante wel beroep heeft ingesteld, moet het verzet tegen die uitspraak gegrond worden verklaard.
3. Ter voorlichting van appellante merkt de Raad op dat uit deze beslissing van de Raad voortvloeit dat de griffier van de Raad het ten onrechte van appellante geheven griffierecht aan haar zal terugbetalen.
4. Ten overvloede merkt de Raad op dat hij de doorzending door de PUR van de brief van appellante als een mogelijk beroepschrift, juist acht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en A. Beuker-Tilstra en T. van Peijpe als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van K. Moaddine als griffier, uitgesproken in het openbaar op 30 december 2008.
(get.) H.A.A.G. Vermeulen.
(get.) K. Moaddine.
HD