ECLI:NL:CRVB:2008:BG9591

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
31 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-5619 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 8:75 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening uitspraak sociale zekerheidszaak wegens ontbreken nieuwe feiten

Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak van 22 augustus 2007 in een sociale zekerheidszaak. Zij stelde dat er sprake was van evidente onjuistheid, foutieve uitleg van jurisprudentie en dat er nieuwe feiten en omstandigheden waren die haar aanspraken beter zouden erkennen.

De Raad heeft het verzoekschrift en de bijlagen zorgvuldig bestudeerd en geoordeeld dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die herziening kunnen rechtvaardigen, zoals vereist op grond van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De Raad benadrukte dat een hernieuwde discussie over de inhoud van de eerdere uitspraak niet mogelijk is zonder dergelijke nieuwe feiten.

Verder heeft de Raad overwogen dat er geen gronden zijn om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb. Gezien het voorgaande heeft de Centrale Raad van Beroep het verzoek om herziening afgewezen. De uitspraak is gedaan door rechter Ch. van Voorst en in het openbaar uitgesproken op 31 december 2008.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

07/5619 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van:
[Naam verzoekster], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoekster),
van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 22 augustus 2007 (05/6439 ZW),
in het geding in hoger beroep tussen:
verzoekster
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 31 december 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens verzoekster heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 22 augustus 2007 (05/6439 ZW).
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 november 2008. Verzoekster is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. J. Hut.
II. OVERWEGINGEN
1. Verzoekster heeft verzocht om “herziening op grond van evidente onjuistheid, foutieve uitleg van de eigen jurisprudentie en op grond van nieuwe feiten en omstandigheden”. Verzoekster is van mening dat haar aanspraken bij de bestreden uitspraak niet naar behoren zijn erkend. De gronden van het verzoek zijn uiteengezet in het verzoekschrift met bijlage van 1 oktober 2007.
2.1. De Raad overweegt dat de door gemachtigde van verzoekster gewenste hernieuwde discussie over de betrokken zaak en de juistheid van de bestreden uitspraak niet kan worden gevoerd, tenzij sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.2. De Raad acht echter noch in het verzoekschrift van 1 oktober 2007 noch in de daarbij gevoegde bijlage enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb gelegen. Daarom dient het verzoek om herziening te worden afgewezen.
3. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst. De beslissing is, in tegenwoordigheid van E.M. de Bree als griffier, uitgesproken in het openbaar op 31 december 2008.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) E.M. de Bree.
KR