ECLI:NL:CRVB:2008:BG9526
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellante stelde in hoger beroep dat zij op 4 mei 2006 wegens ziekte of gebreken niet in staat was haar werk als medewerkster P&O gedurende 32 uur per week te verrichten. Zij heeft echter geen medische gegevens overgelegd die dit standpunt ondersteunen.
De verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts hebben eerdere medische informatie van neuroloog J. Pasmans en de huisarts meegewogen. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat de klachten van appellante atypisch zijn en dat ondanks diverse specialistische onderzoeken geen duidelijk medisch objectiveerbare afwijkingen zijn gevonden.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het beroep van appellante tegen de beëindiging van de Ziektewetuitkering ongegrond is. Er zijn geen gronden voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak van de rechtbank Maastricht wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 4 mei 2006 wegens onvoldoende medische onderbouwing.