ECLI:NL:CRVB:2008:BG9170
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende urenbeperkingstoetsing
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering in te trekken op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15% en het ontbreken van een urenbeperking. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat zijn medische beperkingen onderschat waren en dat hij niet fulltime belastbaar was, onderbouwd met brieven van zijn behandelend psychiater.
De Raad overwoog dat het rapport van psychiater IJsselstein, waarin geen medische noodzaak voor een urenbeperking werd vastgesteld, voldoende zorgvuldig was onderbouwd. Het UWV had pas in hoger beroep een inzichtelijke en draagkrachtige motivering gegeven over de geschiktheid van appellant voor de functies zonder urenbeperking. De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
Verder oordeelde de Raad dat het UWV terecht medische gegevens mocht uitwisselen op basis van door appellant getekende machtigingen. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing van de urenbeperking, maar laat de rechtsgevolgen in stand.