ECLI:NL:CRVB:2008:BG8996
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Bbz-uitkering wegens niet levensvatbaar bedrijf voor cosmetica en stoelmassages
Appellante, die per 1 januari 2006 als zelfstandige is begonnen, vroeg een Bbz-uitkering aan voor kosten van levensonderhoud en bedrijfskapitaal voor een onderneming in cosmetica en stoelmassages. Het College vroeg advies aan IMK Intermediar BV, dat op 13 februari 2006 oordeelde dat het bedrijf niet levensvatbaar was vanwege een te klein afzetgebied, hevige concurrentie en een niet werkzame marktbenadering.
Op basis van dit advies wees het College de aanvraag op 13 maart 2006 af. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak, stellende dat het College zich terecht op het deskundige advies heeft gebaseerd en dat het bedrijf niet voldoet aan de wettelijke definitie van levensvatbaarheid zoals bedoeld in het Bbz 2004.
De Raad concludeert dat het inkomen uit het bedrijf onvoldoende is om voortzetting en voorziening in het bestaan te garanderen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag van de Bbz-uitkering wordt afgewezen omdat het bedrijf niet levensvatbaar is.