ECLI:NL:CRVB:2008:BG8995
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bedee
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen herziening WAO-uitkering wegens termijnoverschrijding
Appellante maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV waarbij haar WAO-uitkering werd herzien van 35-45% naar 25-35% arbeidsongeschiktheid. Dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelt appellante dat haar psychiatrische problematiek haar belemmerde tijdig bezwaar te maken.
De Raad overweegt dat de termijnoverschrijding vaststaat, maar dat op grond van artikel 6:11 Awb Pro een bezwaarschrift niet-ontvankelijk wordt verklaard tenzij sprake is van verschoonbaarheid. De medische rapportages van de bezwaarverzekeringsarts tonen aan dat appellante in de relevante periode in staat was om bezwaar te maken of dit door derden te laten doen. Ook het feit dat zij formulieren invulde en zorg droeg voor haar dochter ondersteunt dit.
De psychologische rapportage van januari 2007, na de relevante periode, geeft geen reden tot een ander oordeel. Het betoog dat het UWV inmiddels volledige arbeidsongeschiktheid erkent, is irrelevant voor de vraag naar verschoonbaarheid. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de herziening van de WAO-uitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbare reden.