ECLI:NL:CRVB:2008:BG8931
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens overschrijding vermogensgrens
Appellant ontving vanaf 18 mei 1992 bijstand als alleenstaande. Het College van burgemeester en wethouders van Delft trok bij besluit van 16 april 2004 de bijstand over de periode 1 juli 1997 tot en met 27 februari 2004 in en vorderde de kosten terug wegens het niet tijdig melden van vermogen uit nalatenschappen dat de vermogensgrens overschreed.
Appellant stelde bezwaar en beroep in tegen deze besluiten, maar het College verklaarde het bezwaar ongegrond en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant betwistte met name de aflossingsperiode van tien jaar, maar dit was niet onderwerp van het bestreden besluit.
De Raad oordeelde dat vaststaat dat appellant ten onrechte bijstand heeft ontvangen omdat hij geen tijdige opgave deed van het vermogen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens overschrijding van de vermogensgrens.