ECLI:NL:CRVB:2008:BG8826
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.G. Treffers
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens fysiek geweld van trambestuurder jegens passagier
Appellant, sinds 1979 werkzaam als trambestuurder bij het GVB, sloeg op 8 juni 2005 een passagier tweemaal in het gezicht nadat deze hem had beledigd en zich had bemoeid met zijn rijstijl. De passagier liep letsel op en deed aangifte. Het college schorste appellant en legde hem vervolgens ontslag op wegens zeer ernstig plichtsverzuim.
Appellant betwistte het ontslag en voerde onder meer aan dat hij in een black-out verkeerde en dat het ontslag onevenredig was, mede gelet op andere gevallen binnen het GVB. De Raad oordeelde dat appellant zich schuldig had gemaakt aan ernstig plichtsverzuim en dat er geen medische onderbouwing was voor zijn black-out. Ook was het ontslag niet onevenredig, omdat in andere gevallen het plichtsverzuim minder ernstig was.
Verder wees de Raad het betoog af dat het GVB onvoldoende maatregelen had genomen tegen agressie, aangezien appellant een weerbaarheidstraining had gevolgd en wist dat hij bij agressie bijstand kon inroepen. Ondanks zijn lange dienstverband en het ontbreken van eerdere disciplinaire maatregelen, woog de ernst van het plichtsverzuim zwaarder. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het ontslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het ontslag van de trambestuurder wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd.