ECLI:NL:CRVB:2008:BG8818
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing bezwaar tegen intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling functies
Appellant ontving sinds 26 mei 2002 een WAO-uitkering vanwege gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. Het UWV trok deze uitkering per 30 oktober 2006 in, waarna appellant bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, omdat de arbeidskundige onderbouwing onvoldoende was gemotiveerd, met name door verborgen beperkingen op de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
Het UWV nam vervolgens een nieuw besluit waarbij het bezwaar opnieuw ongegrond werd verklaard, gesteund op een rapport van een bezwaararbeidsdeskundige die de eerder genoemde punten nader toelichtte. Appellant heeft geen aanvullende medische stukken ingediend.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank en acht de geschiktheid van de aangeduide functies medisch voldoende onderbouwd. Het hoger beroep wordt verworpen en het beroep tegen het nieuwe besluit wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV en verklaart het beroep tegen de intrekking van de WAO-uitkering ongegrond.