ECLI:NL:CRVB:2008:BG8811

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-2889 WARZO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • B.J. van der Net
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet Arbeid en Zorg
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging van beslissing over dagloonvaststelling in WAZO-uitkering na bezwaar werkgever

Appellante had bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van haar dagloon in het kader van een WAZO-uitkering. De werkgever had bezwaar gemaakt tegen het oorspronkelijke dagloon van €33,86 bruto per dag, waarna het UWV het dagloon verhoogde naar €37,31 bruto per dag. Appellante voerde in hoger beroep aan het besluit van 8 augustus 2006 niet te hebben ontvangen, waardoor zij niet kon controleren of het dagloon juist was vastgesteld.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante de onderliggende stukken van de rechtbank wel had ontvangen, waardoor zij de berekening had kunnen inzien. De Raad vond geen reden om af te wijken van het oordeel van de rechtbank Amsterdam, die het beroep ongegrond had verklaard. Ook het ontbreken van mondelinge behandeling bracht geen ander oordeel mee, mede omdat appellante niet was verschenen op de zitting.

De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af. Hiermee blijft de vaststelling van het dagloon op €37,31 bruto per dag ongewijzigd.

Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van het dagloon op €37,31 bruto per dag wordt bevestigd.

Uitspraak

08/2889 WARZO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 april 2008, 06/6131 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 18 december 2008.
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. M.M. van Till, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad gehouden op 20 november 2008. Appellante is - met voorafgaand bericht - niet verschenen. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft zich laten vertegenwoordigen door W.M.C. Höppener.
II. OVERWEGINGEN
1. Aan appellante is bij besluit van 8 augustus 2006 een uitkering ingevolge de Wet Arbeid en Zorg (hierna: WAZO) toegekend en is het dagloon vastgesteld op € 33,86 bruto per dag. De werkgever van appellante, [de werkgever] (hierna: [de werkgever]), heeft tegen de hoogte van het dagloon bezwaar gemaakt.
1.1. Bij het bestreden besluit van 16 november 2006 heeft het Uwv het bezwaar van de werkgever gegrond verklaard en het dagloon vastgesteld op een bedrag van € 37,31 bruto per dag.
2. Appellante voert in beroep - kort samengevat - aan dat zij het besluit van 8 augustus 2006 niet heeft ontvangen waardoor het voor haar onmogelijk was om vast te stellen of het in het bestreden besluit genoemde dagloon juist is.
2.1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het besluit van 8 augustus 2006 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft in haar uitspraak, waarin appellante is aangeduid als eiseres, het volgende overwogen:
“Eiseres stelt zich op het standpunt dat het voor haar niet is na te gaan of het dagloon juist is vastgesteld nu zij het besluit van 8 augustus 2006 niet heeft ontvangen. De rechtbank kan eiseres hierin niet volgen. Vast staat dat eiseres de aan het besluit ten grondslag liggende stukken van deze rechtbank heeft ontvangen. Op grond hiervan had zij kunnen bezien hoe de dagloonberekening tot stand is gekomen. Deze grond slaagt niet.”.
3. De Raad heeft in hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, in essentie een herhaling van hetgeen in eerste aanleg is aangevoerd, geen aanknopingspunten gevonden voor een ander oordeel dan waartoe de rechtbank is gekomen. De Raad verenigt zich dan ook met de hiervoor weergegeven overweging van de rechtbank en maakt deze tot de zijne. De stelling van appellante dat zij eerst na inzending van de beroepsgronden de onderliggende stukken van de rechtbank heeft mogen ontvangen en dat de rechtbank zonder mondelinge behandeling een beslissing in de zaak heeft genomen brengt de Raad niet tot een ander oordeel. De Raad wil daarbij niet onvermeld laten dat de gemachtigde van appellante in reactie op de kennisgeving van de rechtbank bij brief van 2 januari 2008 heeft bericht dat van de zijde van appellante niemand op de terechtzitting zal verschijnen.
4. De conclusie uit het vorenstaande is dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak dient dan ook te worden bevestigd.
5. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door B.J. van der Net. De beslissing is, in tegenwoordigheid van C. de Blaeij als griffier, uitgesproken in het openbaar op 18 december 2008.
(get.) B.J. van der Net.
(get.) C. de Blaeij.
RB