ECLI:NL:CRVB:2008:BG8568
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit dagloonvaststelling WGA-uitkering ondanks betaling buiten referteperiode
Appellant maakte bezwaar tegen de vaststelling van zijn dagloon voor de berekening van een WGA-uitkering, omdat een vergoeding voor overuren die in augustus 2005 werd betaald, volgens hem bij het dagloon moest worden betrokken. De rechtbank Assen verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat op grond van artikel 2, vierde lid, van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen deze vergoeding wel in het dagloon moest worden meegenomen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het uitgangspunt bij de dagloonvaststelling het loon is dat daadwerkelijk in de referteperiode (1 mei 2003 tot en met 30 april 2004) is genoten. Omdat de vergoeding in augustus 2005 werd betaald, buiten de referteperiode, werd deze niet bij het dagloon betrokken. Appellant kon niet aannemelijk maken dat de loonbetaling in de referteperiode vorderbaar was, mede omdat de verlofuren waarover de vergoeding ging pas later werden uitbetaald na overleg met de werkgever.
De Raad bevestigde daarmee het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 11 december 2008.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de dagloonvaststelling blijft ongewijzigd.