ECLI:NL:CRVB:2008:BG8456
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV wegens onvoldoende rekening houden met herstelfase na behandeling
Appellant had zich ziek gemeld met rug- en nekklachten en onderging op 18 januari 2006 een behandeling middels intra discale electrothermische therapie. Het UWV weigerde een WIA-uitkering toe te kennen omdat appellant na afloop van de wachttijd minder dan 35% arbeidsongeschikt was. De verzekeringsarts stelde vast dat appellant beperkte rugklachten had, maar dat hij niet duurzaam ADL-afhankelijk of bedlegerig was.
Appellant stelde in bezwaar en hoger beroep dat hij door ernstige rugpijn en andere klachten volledig arbeidsongeschikt was en onvoldoende rekening was gehouden met zijn herstelfase na de behandeling. De bezwaarverzekeringsarts had geen aanvullend medisch onderzoek verricht, ondanks dat appellant mogelijk nog in herstel was.
De Raad oordeelde dat het UWV onvoldoende zorgvuldig had gehandeld door onvoldoende rekening te houden met de herstelfase en dat het medisch onderzoek ontoereikend was. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank werden vernietigd en het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen rekening houdend met de herstelfase van appellant.