ECLI:NL:CRVB:2008:BG8433
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering toeslag ondanks beroep op dringende reden
Appellant, die een WAO-uitkering ontvangt en een toeslag op grond van de Toeslagenwet, werd geconfronteerd met een herziening van zijn uitkering en een terugvordering van de toeslag over de periode mei 2005 tot september 2006. Hij stelde dat zijn financiële situatie zodanig penibel was dat er een dringende reden bestond om van terugvordering af te zien.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en ook in hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overwoog dat een dringende reden alleen kan worden aangenomen indien de terugvordering onaanvaardbare sociale of financiële consequenties heeft, hetgeen een uitzonderlijke en individuele afweging vereist.
De Raad stelde vast dat de door appellant aangevoerde financiële problemen niet direct verband hielden met de terugvordering en dat de ingediende stukken geen aanwijzingen gaven voor een penibele situatie. Bovendien resteerde na verrekening nog een aanzienlijke nabetaling van de WAO-uitkering. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de terugvordering gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de toeslag en wijst het hoger beroep af wegens ontbreken van een dringende reden.