ECLI:NL:CRVB:2008:BG8429
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K.J. Kraan
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Verhaal verkeersboete op politieambtenaar wegens snelheidsovertreding tijdens dienst
Appellant, een rechercheur bij de politieregio, werd op 5 juli 2006 betrapt op een snelheidsovertreding van 7 km/u boven de limiet binnen de bebouwde kom. De daarbij opgelegde boete van €27 werd door de korpsbeheerder op appellant verhaald op grond van artikel 68 van Pro het Besluit arbeidsvoorwaarden politie (Barp), dat het bevoegd gezag toestaat schade die aan de ambtenaar te wijten is te verhalen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, en ook in hoger beroep handhaaft appellant dat geen sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid, verwijzend naar jurisprudentie waarin geringe snelheidsovertredingen niet tot verhaal leiden. De Raad overweegt dat artikel 68 Barp Pro een discretionaire bevoegdheid geeft, maar dat de korpsbeheerder de boete kan verhalen tenzij geen verwijt aan de ambtenaar kan worden gemaakt.
De Raad concludeert dat appellant verwijtbaar heeft gehandeld door de snelheidsovertreding zonder noodzaak te begaan, ondanks bekendheid met de gedragslijn van de korpsbeheerder. De enkele omstandigheid van een geringe, eenmalige fout is onvoldoende om verhaal te weigeren. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete wordt op appellant verhaald.