ECLI:NL:CRVB:2008:BG8379
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na vijfdejaars herbeoordeling
Appellant ontving sinds 1999 een WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. In het kader van een vijfdejaars herbeoordeling werd een verzekeringsgeneeskundig onderzoek uitgevoerd, inclusief een psychologisch onderzoek. Op basis hiervan stelde het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid bij tot 25-35%, wat leidde tot een herziening van de uitkering per 3 januari 2006.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze herziening ongegrond, omdat het Uwv voldoende rekening had gehouden met zijn beperkingen en het standpunt dat appellant de geduide functies kon vervullen, goed was gemotiveerd. In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren en verzocht om benoeming van een deskundige.
De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank en concludeerde dat de bezwaarverzekeringsarts voldoende had gemotiveerd waarom geen verdere beperkingen nodig waren. Er was geen aanleiding tot twijfel over de vastgestelde belastbaarheid en de Raad zag geen reden een deskundige te benoemen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering bevestigd.