ECLI:NL:CRVB:2008:BG8347
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag voor hogere beperkingen
Appellant, werkzaam als agrarisch medewerker, viel in 1997 uit wegens rug- en beenklachten en ontving een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%.
Na medisch onderzoek in 2005 en arbeidsdeskundige beoordeling werd de uitkering ingetrokken en het verlies aan verdienvermogen vastgesteld op circa 14-15%. Appellant maakte bezwaar en bracht aanvullende medische stukken in, waaronder over polsklachten.
De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep voerde appellant aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn beperkingen en dat de geduide functies te belastend waren.
De Raad overwoog dat de medische beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen objectieve aanwijzingen waren voor een hogere mate van beperking. Ook de polsklachten waren niet zodanig dat deze tot een andere beoordeling leidden.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond, waarbij de vastgestelde functies als medisch geschikt werden beschouwd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering bevestigd.