ECLI:NL:CRVB:2008:BG8346
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische grond voor urenbeperking
Appellante, werkzaam als verkoopster met een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAO, stelde dat zij vanwege de ziekte van Crohn en bijkomende klachten slechts maximaal 10 uur per week kon werken. Het UWV had haar uitkering ingetrokken op basis van een herbeoordeling waarbij een urenbeperking tot 20 uur per week werd vastgesteld.
In de bezwaarprocedure en bij de rechtbank werd de medische grondslag van het UWV-onderzoek bevestigd. Appellante voerde in hoger beroep aan dat een recent rapport van een A-REA arts een ernstiger beeld schetste, met nachtelijke klachten en een verschoven dag-nachtritme. De Raad oordeelde dat dit beeld niet relevant was voor de datum van het besluit en dat de beperkingen reeds adequaat waren vastgesteld.
De Raad concludeerde dat de medische beperkingen zoals vastgesteld door de verzekeringsarts Seleski en bevestigd door de bezwaarverzekeringsarts Bockwinkel toereikend waren en dat het bestreden besluit rechtmatig was. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat geen medische grond bestaat voor een verdergaande urenbeperking.