ECLI:NL:CRVB:2008:BG8050
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onjuiste belastbaarheid
Appellante kreeg haar WAO-uitkering ingetrokken per 26 april 2004 omdat het UWV oordeelde dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante in hoger beroep ging bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad stelde vast dat het eerdere onderzoek niet volledig was en benoemde een onafhankelijke psychiater, prof. dr. P.P.G. Hodiamont, voor aanvullend onderzoek. De deskundige concludeerde dat appellante leed aan een ernstige chronische depressie met significante beperkingen in haar functioneren, die niet juist waren weergegeven in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) die door verzekeringsartsen was gehanteerd.
De Raad oordeelde dat de FML een onjuist beeld gaf van de belastbaarheid van appellante en dat het bestreden besluit daarom niet op een juiste medische grondslag berustte. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit vernietigd, en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV dient een nieuw besluit te nemen.