ECLI:NL:CRVB:2008:BG7951
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K.J. Kraan
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verhaal boete wegens snelheidsovertreding door politieambtenaar zonder noodzaak
Appellant, een technisch rechercheur bij de politie, reed tijdens een piketdienst op 6 oktober 2005 met een dienstauto te hard op de snelweg A50, zowel op de heen- als terugweg naar een verkeersongeval. De korpsbeheerder legde hem boetes op en verhaalde deze via een factuur. Appellant maakte bezwaar tegen het verhaal van de boete voor de terugweg, stellende dat hij niet bewust roekeloos had gehandeld en verwees naar vergelijkbare civielrechtelijke normen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Deze overwoog dat artikel 68 van Pro het Besluit arbeidsvoorwaarden politie (Barp) een discretionaire bevoegdheid geeft aan de korpsbeheerder om schade te verhalen, tenzij de ambtenaar geen verwijt kan worden gemaakt. De Raad stelde vast dat appellant geen noodzaak had voor de snelheidsovertreding op de terugweg en dat verwijtbaarheid aanwezig was.
De Raad verwierp het verweer van appellant dat hij afgeleid was door de gebeurtenissen en bevestigde dat van een politieambtenaar verwacht mag worden zich strikt aan de verkeersregels te houden, behalve bij noodzakelijke uitvoering van politietaken. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boetes worden terecht verhaald op appellant.