ECLI:NL:CRVB:2008:BG7441
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening besluit Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant diende in november 1985 een aanvraag in voor een periodieke uitkering als vervolgingsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Deze aanvraag werd in 1986 afgewezen omdat niet was gebleken dat appellant tijdens de Japanse bezetting vrijheidsberoving had ondergaan in de zin van de Wet.
In 2006 verzocht appellant om herziening van dit besluit en voegde verklaringen toe van zijn halfbroer over de situatie van het gezin tijdens de bezetting, waaronder mishandeling van zijn vader door de Kempetai. Verweerster wees dit verzoek af wegens gebrek aan nieuwe feiten.
De Raad oordeelt dat de vrijheidsberoving in de zin van de Wet moet gepaard gaan met permanente bewaking zonder bewegingsvrijheid. De situatie van appellant en zijn gezin betrof een feitelijke situatie van bedreiging en beperkte bewegingsvrijheid, maar geen absolute vrijheidsberoving. De verklaringen en omstandigheden geven geen aanleiding tot herziening. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten die herziening rechtvaardigen.